Overslaan ↓

Jet (UWC Red Cross Nordic 2021-2023) gaat op avontuur!

28 July 2021

Jet Gunning (UWC Red Cross Nordic 2021-2023) stond laatst samen met haar moeder Dickie in Het Parool. Ze zijn geïnterviewd voor de rubriek ‘Ouder & kind’. Het is een artikel dat je gelezen moet hebben! Openhartig spreken Jet en Dickie over het nieuwe avontuur dat Jet aan gaat op UWC in Noorwegen. Jet weet nog niet precies waar ze terechtkomt, maar ze heeft er zeker heel veel zin in! šŸ¤©

Lees hier het artikel

 

 

Jet vertrekt voor twee jaar naar Noorwegen om haar vwo daar af te maken. Ze lijkt erg op haar moeder, niet alleen qua uiterlijk. ‘We zijn allebei ook eigenwijs en vinden snel dat we gelijk hebben.’

13 juli 2021, 12:00

Dickie Gunning (47)

‘Het is supermooi voor Jet dat ze de komende twee jaar haar vwo kan afmaken op een school in Noorwegen. Tegelijk heb ik moeite haar los te laten. Net als Cecile, mijn jongste dochter. Toen we hoorden dat Jet geplaatst was op het United World College in Noorwegen, verzuchtte Cecile: ‘Gelukkig niet in Canada.’ Toch is het ver. Ze vliegt naar Bergen en reist dan nog een eind naar een fjord in the middle of nowhere. Daar is het in oktober al -10 graden Celcius.

Ik ben een huismus. Vroeger kroop ik vaak nog even bij Jet in bed om samen de dag door te nemen. Tegenwoordig komt ze bij mij in bed om me nog even te knuffelen. Jet houdt enorm van knuffelen. Voor het ­United World College heeft ze zelf alles geregeld. Ik probeer op te voeden door de kinderen zelf te laten ontdekken. Soms zal iets tegenvallen, maar dan leer je vallen en opstaan.

Jet is sensitief. Zij is het hondje dat om de kudde rent en zorgt dat iedereen het goed heeft. Ze helpt al een paar jaar statushouders en vluchtelingen om in Nederland te aarden. Zo raakte ze ook betrokken bij de schakelklas van haar school en ontdekte dat sommige leerlingen moeite hebben om een stageplek te vinden. Op zo’n moment vraagt ze ons om hulp. Natuurlijk hebben wij iets geregeld om goeie plekken te vinden.

Voor Noorwegen wil ik haar iets zelfredzaams meegeven. Van mij krijgt ze een goed zakmes, dat is een waardevol instrument waarmee je een broodje kunt smeren en een schroef kunt indraaien. Plus een setje speelkaarten, niets is zo universeel. Qua uiterlijk lijkt Jet lijkt op mij, ze heeft mijn optimisme en vrolijkheid, maar verder lijkt ze op haar vader.

Joost, mijn man, heeft in zijn jeugd met zijn ouders – Louise en Jan Willem Gunning – over de hele wereld getrokken. Hij is avontuurlijker dan ik. Jet en hij houden van ontdekkingsreizen. Jet en haar zus Cecile zijn verschillend. Ze hebben allebei op een montessoribasisschool gezeten. Jet ging door naar het Montessori Lyceum. Cecile wilde juist een ­strenge school met duidelijke regels. Jet is van de harmonie, die houdt niet van ruzie. Cecile vindt het leuk om een beetje te prikken.

Door corona hebben we erg met zijn vieren geleefd, dat vond ik heerlijk. Voor Jet naar Noorwegen vertrekt, gaan we nog een week zeilen: met zijn vieren in een kleine ruimte, overgeleverd aan de natuur en zien waar de wind ons brengt.”

Jet Gunning (16)

“Ik heb geen flauw idee waar ik terechtkom. Het spannendst lijkt het me om mensen uit andere culturen te ontmoeten en daardoor een breder beeld van de wereld te ontwikkelen. Ik heb superveel zin om de verhalen achter de mensen te horen. Ik ben nieuwsgierig, net als mama. Wij ­willen alles weten.

De buitenwereld ziet het United World College (UWC) vaak als elitair. Dat klopt niet. De organisatie wil dat de scholen toegankelijk zijn voor iedereen die zich kwalificeert. Daarom zijn er beurzen beschikbaar voor wie dat nodig heeft. Elk kind kan naar het UWC, geld speelt geen rol.

Voor ik me inschreef, heb ik uitgebreid onderzocht of het een school voor mij is. Het was zo vet om te ontdekken dat oud-leerlingen zoveel voor mij wilden doen. Echt iedereen dacht mee.

Ik heb opgegeven naar welke scholen ik wilde, het UWC bepaalt uiteindelijk de school die het best bij je past. Mijn ouders hebben me alles zelf laten organiseren. Ik wilde dat ook, maar vroeger verlangde ik er weleens naar dat zij iets voor me zouden regelen. Het is heel lekker als iemand dat voor je doet. Eerst zag ik mijn ouders als een twee-eenheid, door mijn keuze voor het UWC ontdekte ik voor het eerst hoe verschillend ze zijn. Papa vindt het superleuk dat ik ga. Mama ook, maar ze zei al snel dat ze me ontzettend zal missen.

We zijn alle vier retecompetitief. We doen altijd wedstrijdjes, bijvoorbeeld wie het eerste bij de ijswinkel is. Je wint niets, het draait letterlijk om wie de eerste is. Ik ben niet goed in verliezen, als ik toch verlies, raak ik snel gefrustreerd. Daar maken de anderen grapjes over. We zijn goed in elkaar plagen.

Uiterlijk lijk ik op mijn moeder, we zijn allebei ook eigenwijs. We vinden snel dat we gelijk hebben. Zij is heel zorgzaam, dat hoop ik ook te zijn. Mama komt overal te laat. Echt altijd. Papa en ik zijn juist altijd te vroeg. We zeggen weleens tegen haar dat we ergens eerder moeten zijn, dan komen we precies op tijd.

Wat ik het meest zal missen is het vangnet dat mijn ouders en mijn zusje bieden, vooral het spontane, dat ik niet meer zomaar even kan knuffelen. Met mama zal ik onze kleine kletsmomentjes missen. Tegen haar kan ik echt alles zeggen. Mama is mijn voorbeeld. Ik zou het heel mooi vinden als ik later net zo’n sterke vrouw word als zij.”